Herdershonden zijn honden die gefokt zijn voor het werken met vee. Er wordt onderscheid gemaakt tussen honden voor het drijven en hoeden, en honden voor het beschermen van vee. Voor die laatste groep, zie: berghonden.
Als een herdershond vooral achter de kudde werkt, heet het dat hij drijft. De herder zelf zal voorop lopen of eveneens de kudde volgen. Ook kan de hond een kudde die zich op enige afstand bevindt naar de herder toe drijven. In ieder geval wordt bij het drijven het vee verplaatst.
Bij het hoeden in enge zin moet de hond ervoor zorgen dat een grazende kudde bijeen blijft, binnen door de herder aangegeven grenzen. De hond fungeert dan als levende omheining en kan zich ook naast de kudde bewegen. Dit is van belang als een weidegebied in blokken begraasd en bemest moet worden.
Het onderscheid dat de officiële rassenindeling maakt tussen herdershonden en veedrijvers heeft met het verschil tussen drijven en hoeden niet veel te maken. Veedrijvers zijn in dit geval zwaar gebouwde honden, die niet zozeer door herders maar vooral door veehandelaren gebruikt werden. Die kochten het vee bij de boeren en dreven het naar de stad. Ze hadden soms nogal wat geld bij zich, en verteld wordt dat ze onderweg graag de herbergen aandeden. De honden moesten dus de centjes van hun baas kunnen beschermen als die daar zelf niet meer toe in staat was.
Onder de herdershonden zijn sommige rassen beter in het drijven, andere in het hoeden. Maar het verschil tussen drijven en hoeden is niet altijd zinvol. Een kudde die langs de weg verplaatst wordt moet in de juiste richting gestuurd worden, én uit de belendende akkers blijven.
Herdershonden zijn gefokt om nauw met hun baas samen te werken. Ze zijn niet noodzakelijkerwijs intelligenter dan andere rassen, maar wel bijzonder goed opvoedbaar. Daarom zijn herdershonden ook voor veel andere taken geschikt. Bekend is de inzet van Duitse en Mechelse herders als politiehond. Vroeger werden deze rassen ook veel gebruikt als blindengeleidehond, maar daarvoor worden tegenwoordig vooral de wat zachtaardiger retrievers ingezet.
De nauwe band met de baas maakt de herdershond tot een aantrekkelijke huishond. Maar er moet wel rekening mee gehouden worden dat sommige rassen wat scherp kunnen zijn en dat herdershonden niet altijd zijn ingesteld op het leven met kinderen of andere honden. Verder zullen juist de beste werkende rassen zich als huishond al snel vervelen, onrustig worden en hun eigen (ongewenste) bezigheden gaan zoeken.