


|
Informatie over de hond

De hond is een roofdier uit de familie van de hondachtigen.Het dier komt op alle continenten voor, meestal in gezelschap van de mens, want de hond is het oudstehuisdier. Al vele duizenden jaren wordt de hond gebruikt voor bewakingstaken, bij de jacht, als herdershond en als trekdier. Nog steeds heeft hij werk als politiehond of hulphond, maar de meeste honden worden tegenwoordig gehouden als gezelschapsdier.
Terminologie:
|
Pup of puppy: |
Een jonge hond, voor de geslachtsrijpheid, ook welp |
|
Teef: |
Een vrouwelijke hond |
|
Reu: |
Een mannelijke hond, verouderd rekel |
Het gebit van de hond
Het definitieve gebit van honden bestaat uit 42 tanden. In elke kaakhelft telt het 3 snijtanden (Incisivi, I), een hoektand (Caninus, C) en 4 premolaren ofwel knipkiezen (Premolaren, P). In de bovenkaak zijn er bovendien twee, in de onderkaak 3 molaren of knobbelkiezen (Molaren, M). De grote P4 in de bovenkaak en de M1 in de onderkaak worden de scheurkiezen genoemd.
Grafisch uitgedrukt is de tandformule van volwassen honden:
De Neus
De reukzin van honden is veel beter ontwikkeld dan bij de mens. In de eerste plaats komt dit door het grotere aantal reukcellen. Men kan stellen, dat hoe langer de snuit, des te beter het reukvermogen. Tussen de verschillende honderassen bestaan dan ook aanzienlijke verschillen op dit punt. De mens heeft ongeveer 10 cm² reukepitheel, de hond daarentegen gemiddeld 100 cm², maar dat varieert tussen 30 cm² bij een Franse bulldog en 169 cm² bij een Duitse herder.Beroemd en berucht is de bloedhond vanwege zijn vermogen om sporen te volgen.
De kwaliteit van de reukzin wordt echter ook door andere factoren bepaald, want metingen hebben aangetoond dat het reukvermogen van een hond rond een miljoen keer beter is dan dat van de mens. Daarbij speelt dat honden met korte inspiraties rond 300 keer per minuut kunnen ademen, zodat er steeds nieuwe aanvoer van verse lucht is. Het belangrijkste onderdeel van het reukvermogen vormen echter de hersenen.
In de hersenen worden de binnenkomende signalen verwerkt. Het is aangetoond, dat honden 'stereo' kunnen ruiken. De hond voelt dus of een geur van rechts of van links komt. Op deze manier kan hij de richting van een geurspoor beoordelen. De reukhersenen zijn in vergelijking met de mens ook veel groter.Ze nemen 10% van de hondenhersenen in beslag (tegen 1% bij de mens). Honden kunnen bovendien geuren ook via het Orgaan van Jacobson waarnemen.
Brachycephale honden kunnen door onder meer de anatomische bouw van hun schedel en ademhalingswegen moeilijkheden bij de ademhaling hebben.
De oren
Het gehoor is bij de hond sterk ontwikkeld. Hij kan hogere frequenties waarnemen dan de mens. Het bereik ligt bij een optimaal gehoor:
Mens ~ 20 - 20.000 Hz, maximale gevoeligheid tussen 1000 en 4000 Hz.
Hond ~ 15 - 50.000 Hz (sommige bronnen spreken zelfs van 100.000 Hz), maximale gevoeligheid rond 8000 Hz. Honden zijn verder in staat, over een afstand van 25 meter frequenties rond de 1 á 2 Hz te horen.
De beweeglijke oorschelpen van de hond maken het mogelijk om een geluid driedimensioneel te lokaliseren, hij kan dat daarom veel beter dan de mens. Een hond kan de richting waaruit een geluid komt met een afwijking van 2% bepalen (bij de mens meer dan 15%). Bij de beweging van de hondenoren zijn niet minder dan 17 spieren betrokken.
Honden met hangoren hebben een iets zwakker vermogen om geluid te lokaliseren. De oren hebben echter naast hun fysieke functie ook een belangrijke taak bij de communicatie met andere honden, en met de mens. Ook op dit punt zijn honden met hangoren dus enigszins in het nadeel.
De ogen
Vroeger werd aangenomen, dat honden enkel grijstonen of 'zwart-wit' konden zien. Uit nader onderzoek is echter gebleken dat honden wel degelijk kleuren kunnen zien, maar wel anders dan de mens.
Het oog van de hond bevat, zoals bij alle zoogdieren twee verschillende receptoren. De staafjes zijn voor de waarneming van grijstonen verantwoordelijk, de kegeltjes voor het zien van kleuren. In het oog zijn meer staafjes dan kegeltjes, en staafjes hebben minder licht nodig om een signaal aan de hersenen te geven.De kegeltjes zorgen voor het kleurenzien, indien er genoeg licht aanwezig is.
In het oog van honden is zoals bij de meeste zoogdieren een speciale anatomische structuur (Tapetum lucidum) aanwezig, dat invallend licht terugkaatst, en zo het bestaande licht versterkt. Dit verklaart, waarom honden in de schemering veel beter kunnen zien dan mensen (bij wie deze structuur afwezig is).
Het oog van de hond heeft 2 verschillende types kegeltjes, die op groen of blauw licht reageren. Dit in tegenstelling tot de mens, die over 3 verschillende types beschikt, die op rood, groen en blauw licht reageren. Hierdoor wordt bij de hond maar een deel van het menselijk spectrum afgedekt. Rood is een kleur die de hond niet kent, en als (donker)groen waarneemt. Een rode bal in het gras is voor de hond dus lastig te zien.
Een ander verschil is dat het hondenoog in het bereik rond 430 nanometer (zie tekening) de grootste gevoeligheid vertoont. Bij de mens is dit rond 530 nanometer. De scherpte van het beeld is waarschijnlijk kleiner dan bij de mens en meer op beweging geoptimeerd. Stilstaande dingen worden door de hersenen onderdrukt en zijn door de hond minder goed waartenemen.
Het gezichtsbereik van de hond is circa 240 graden. Het is duidelijk groter dan dat van de mens, mede door de zijdelings implantatie van de ogen op de schedel. Het bereik waarin een hond drie-dimensionaal kan zien is met 120 graden ongeveer even groot als dat van de mens.
Afstamming van de hond
Volgens genetisch onderzoek van Caries Vila (1997) zijn er op grond van verschillen in het mitochondrionaal DNA vier verschillende groepen hondenrassen te onderscheiden, die mogelijk het resultaat zijn van vier verschillende domesticaties in het verleden.
Wel is duidelijk dat de hond afstamt van de wolf (Canis lupus) en niet van de coyote, de jakhals of een andere hondachtige: de verschillen van hond en wolf met al deze soorten zijn veel groter dan die tussen hond en wolf. De grijze wolf komt, althans kwam, over een groot verspreidingsgebied voor in de Verenigde Staten van Amerika, Europa en Azië. Het is op grond van de genetische analyse niet duidelijk of de hond nog van een specifieke ondersoort van de wolf afstamt zoals de Perzische wolf (C. lupus pallipes), omdat die bij de gebruikte methode genetisch niet te onderscheiden was van de andere typen wolven.
Groep een van de vier door Vila onderscheiden categorieen is weer in verschillende takken onder te verdelen, waarvan een zuidoostelijke tak o.a. de Australische dingo bevat, een primitieve hond die ook in het wild leeft en zich van de meeste gedomisticeerde honden onder meer nog onderscheidt door een jaarlijkse voortplantingscyclus.
Genetisch onderzoek naar verschillen in het mitochondrionaal DNA van de hond toont een nagenoeg identieke (0.2% verschil) basenvolgorde aan met die van de grijze wolf, wijzend op een directe afstamming in het (evolutionair gezien) recente verleden. (Het verschil tussen wolven en coyotes was b.v.
Voeding
De huidige gezelschapshond is van nature vleeseter, met een spijsverteringsstelsel dat bijna identiek is aan dat van wilde honden en wolven.
Zoals in de humane gezelschap vormt obesitas in hondenpopulaties een ernstig probleem voor de gezondheid van het dier. Dit is deels te verklaren door een te hoge energieopname en deels door een afname van activiteit.
De meeste comercieel beschikbare voeders zijn optimaal afgestemd op de voedingsbehoefte van honden. Supplementaties zijn dan ook niet nodig en hebben vaak een negatief effect. Zo kan de supplementatie van calcium tot blaasstenen en botafwijkingen lijden.Hoewel de meeste honden commerciele voeders zoals kant-en-klare brokken of blikvoer krijgen, zijn er steeds meer mensen die overgaan op "rauw voer" of "Barf". De basis bestaat uit rauw vlees en botten.
De voedingsbehoefte van honden varieert niet enkel met de activiteit, maar ook met het ras, de leeftijd en de omgevingstemperatuur. Men kan stellen, dat de behoefte voor onderhoud van een dier bij normale activiteit rond de 500 kJ per kilogram metabool gewicht per dag ligt. Dit kan oplopen tot 4200 kJ per kilogram metabool gewicht per dag bij zeer actieve dieren, zoals sleehonden.
Communicatie van honden
Lichaamstaal
Honden hebben een eigen lichaamstaal. Deze wordt gebruikt voor communicatie met andere honden maar ook de mens.
Communicatie met de mens
De communicatie met honden is vrij universeel. Iedereen heeft zo zijn eigen manier van communiceren met honden, maar zo ook honden met mensen. In dit hoofdstuk wordt de communicatie tussen mens en hond belicht, onder andere hoe een mens zijn of haar taalgebruik aanpast aan de hond, maar ook hoe honden via blaffen en grommen signalen afgeven aan hun baas.
Taalgebruik
De mens past meestal zijn of haar taalgebruik aan, als hij of zij met een hond praat. Dit kan in geringe mate zijn of juist een algehele aanpassing aan de grammatica en uitspraak. De meeste mensen communiceren met een hond in hun eigen taal, uit onderzoek is ook gebleken dat taal geen invloed heeft op een hond. Honden luisteren slechts naar tonen zoals aa, ee, oe, oo, ie enzovoorts, als men "zit, af, poot" zegt hoort de hond hoogstwaarschijnlijk "ì, à, oo". Wanneer een taal afwijkt van de taal waarin de hond commando's heeft geleerd, kan hierdoor verwarring ontstaan. Dit komt echter niet vaak voor, aangezien de meeste mensen ook lichaamstaal gebruiken. Hierdoor kan een mens vaak moeiteloos communiceren. Het taalniveau dat gebruikt wordt om met honden te communiceren is vaak gelijk aan het niveau van kinderen of zuigelingen. Een voorbeeld van hondentaalgebruik is het volgende:
Hamma zit - zit
Gattemvat - pak de bal/stok
Waa's 'e bal - waar is de bal?
Mensen ontwikkelen vaak hun eigen trucjes om ervoor te zorgen dat honden beter luisteren, gebaseerd op een geconditioneerde reflex.
Blaffen en grommen
Honden communiceren met mensen via blaffen en grommen. Grommen komt in het wild ook voor bij wilde dieren vooral bij hondachtigen zoals wolven en bij vossen. Dit systeem is bedoeld om zichzelf te beschermen tegen (mogelijke) gevaren en situaties die dreigend overkomen. Uit recentelijk onderzoek is gebleken dat honden het systeem van blaffen waarschijnlijk hebben ontwikkeld om zo met de mens te kunnen communiceren. De wolf, waarvan de hond afstamt, blaft niet. Wolven huilen en grommen alleen. Uit dit onderzoek is ook gebleken dat mensen dit systeem meestal ook begrijpen. Er zijn verschillende blaffen voor iedere soort situatie. Zo heeft de hond een blaf voor als zijn of haar baas weer thuis komt; vrolijk dus. Een blaf voor als de hond aan het spelen is, als er iemand inbreekt of als hij iemand echt aanvalt.
|

|